Back to your last page    Boschlogie Boschlogie
Een Sociaal Verhaal
Uw reactie per email Ike's Web Startpagina This page in new window

 Cursus Boschlogie I, groep II, najaar 2000.

Datum / Tijd Onderwerp Inleider Locatie
za 11 nov 10:30-12:30 Een Sociaal verhaal; sociale aspecten in de geschiedenis van 's-Hertogenbosch Frans van Gaal Kon Willem I College

 Zie syllabus hoofdstuk 4: Een sociaal verhaal (10 blz)
 Dr.F.J. van Gaal promoveerde in 1989 als sociaal historicus op het proefschrift "Socialisme en zelfstandige arbeidersbeweging in 's-Hertogenbosch 1886-1923"


Het was een vrolijke bijeenkomst waar heel wat werd afgelachen. Frans van Gaal begon met een peiling van de herkomst van de aanwezigen. Wie is er geboren in den Bosch, welke familienamen zijn typerend voor den Bosch? Sommige duits of frans klinkende achternamen bleken al heel lang verbonden met den Bosch (de garnizoensstad). Het merendeel van de aanwezigen bleek echter niet uit 's-Hertogenbosch afkomstig. Wel waren de Brabanders sterk vertegenwoordigd. Den Bosch is (nog steeds) een smeltkroes van mensen met verschillende herkomst. Hoe dat historisch ligt, toonde de eerste overheadsheet:

Een sociaal verhaal - 's-Hertogenbosch 1815-1995
1. Géén industriestad
2. Een handelsstad
3. Een garnizoensstad
4. Een katholieke stad
5. Een verzorgende en charitatief ingestelde stad

Aan de hand van een serie statistische gegevens, welke grotendeels in de syllabus zijn opgenomen, en vele oude foto's, betoogt van Gaal het volgende.
- In vergelijking met Tilburg en Eindhoven is de groei van het aantal inwoners sterk achtergebleven. In 1791 was den Bosch met bijna 13000 inwoners de grootste stad, in 1941 waren zowel Tilburg als Eindhoven al meer dan twee keer zo groot als den Bosch. De industriële revolutie, die in Nederland aan het eind van de 19de eeuw op gang kwam, is aan 's-Hertogenbosch voorbijgegaan.
- Den Bosch en Maastricht waren beiden oude vestingssteden en hebben meer met elkaar gemeen dan de andere Brabantse steden met den Bosch. De vestingsstatus is echter geen verklaring voor de achtergebleven groei van den Bosch. Uitbreiding buiten de stadsmuren vond in Maastricht veel eerder plaats dan in den Bosch en hield geen verband met de officiële opheffing van de vestingsstatus in 1874. Maastricht ontwikkelde zich wel als industriestad.
- In den Bosch is het aantal personen werkzaam in de nijverheid tussen 1812 en 1930 nauwelijks gegroeid, terwijl de bevolking van 13000 tot 45000 inwoners toenam. In 1812 vormden de "speldenmakers" de grootste groep, in 1930 waren dat de sigarenmakers (Willem II) en de mensen werkzaam bij de Gruyter (levensmiddelen).
- Sigarenmakers migreerden vaak, afhankelijk van de werkgelegenheid in andere steden met tabaksindustrie: Haarlem, Utrecht, Culemborg, Kampen, Groningen, Rotterdam. Dit zien we terug in de geschiedenis van familienamen.
- Zowel de speldenmakers als de sigarenmakers hadden een ambachtelijk beroep. Voor het handwerk van de sigarenmaker was weinig gereedschap nodig ("een zinkje en een mesje"). Het was voor sigarenmakers eenvoudig om "voor zich zelf te beginnen". Op een oude foto van de bovenzaal van Goulmy & Baar zien we een volwassen sigarenmaker met naast hem een jongentje van een jaar of 10. Het was in die tijd gebruikelijk dat een ervaren sigarenmaker, zelf in loondienst bij de sigarenfabriek, als werkgever optrad voor een clubje kinderen die hij het vak leerde.
- Automatisering en lopende-band-werk waren aan het grootste deel van de Bossche beroepsbevolking vreemd. De sigarenmakers werden door potentiële werkgevers als een "losgeslagen bende" gezien. Toen de Gruyter in de jaren 1920 landelijk naam begon te krijgen, zocht zij voor de uitbreiding "bij voorkeur geen Bosschenaren als arbeider". De Bosschenaren hadden de naam eigenwijs en weinig flexibel te zijn, kortom niet behept met de juiste mentaliteit voor het werken aan de lopende band. De Bossche beroepsbevolking had een achterstand aan ervaring aan de lopende band.
- Veel industriële bedrijven werden naar elders gelokt. Grasso stond lange tijd alleen op het industrieterrein Veemarktkwartier. Het was een slecht terrein met wateroverlast. In 1938 vertrok Lips (scheepsschroeven) naar Drunen. Het zelfde jaar kwam Michelin naar den Bosch. Andere bedrijven werden naar Breda gelokt. Den Bosch werd geen industriestad ook al wilde een poster uit het begin van de vijftiger jaren ons anders doen geloven. Deze poster met de tekst "Den Bosch - Town of Industry" was een mislukte poging van "beeldoppoetsers", zoals Public-Relations-mensen in Zuid-Afrika worden genoemd.
- Den Bosch was en bleef een handelscentrum. Vergeleken met andere steden in Nederland (Amsterdam, Groningen, Maastricht, Rotterdam, Leeuwarden) had den Bosch in 1930 het grootste aantal marktkooplieden en marskramers per hoofd van de bevolking.
- Ook was den Bosch bekend als een stad van "kleerverkopers". Inkoop vond plaats vanuit Amsterdam en van den Bosch uit werd kleding afgezet "door de gansche Majorie" tot in Luik. Door de aanwezigheid van het garnizoen was er ook een afzetmarkt voor militaire kleding.
- Door de aanwezigheid van de veemarkt was het schouwspel van koeien lopend door de Bossche straten geen zeldzaamheid. Uit de 30er jaren dateert een cartoon van twee hoge heren die aan een koe staan te trekken. Het (beladen) begrip "koehandel" wordt hiermee aardig uitgelegd.
- Aan de ontwikkeling van 's-Hertogenbosch als "centrum van handel en cultuur" hebben vele bestuurders bijgedragen, met name ook burgemeester van Lanschot (burgemeester van 1929 tot 19..?).
- Het katholieke karakter van de stad kwam niet alleen naar voren omdat de stad de zetel is van het Bisdom, maar ook door de aanwezigheid van het grafische bedrijf C.N.Teulings, Drukkerij en Binderij, aan het Emmaplein. "Het katholieke woord werd in den Bosch gedrukt en vanuit den Bosch verspreid".
- De legering van een garnizoen in den Bosch heeft in de 18de en 19de eeuw gezorgd voor veel import van duitse en franse militairen, wier nageslacht in den Bosch is gebleven. Den Bosch werd mede hierdoor een smeltkroes van culturen, van vele visies en opvattingen: 's-Hertogenbosch als ontmoetingsstad, een centrum van cultuur. Tilburg en Eindhoven hielden veel meer een dorpskarakter.
- De verzorgende en charitatieve functie van den Bosch komt naar voren in de geschiedenis van het Groot Ziekengasthuis en het Carolusziekenhuis. De Godshuizen en andere charitatieven instellingen zorgden voor een toestroom van armen uit de omgeving naar den Bosch. Voor de hele regio van Oss, Geffen, Rosmalen tot Uden was den Bosch het centrum.

De bijeenkomst werd door Frans van Gaal afgesloten met de volgende tekst:

Den Bosch is ginne werkstad
Doar madde nondeju wel 'n bietje trotser op zijn

Ge moet d'r hil wè veur laote ligge


Last update 04-07-2001 by Iek de Pagter.